Support › Documentatie › Systeeminstellingen

Systeeminstellingen

Nederlands  |  English

Systeeminstellingen

Op de pagina's met systeeminstellingen configureert u de identiteit, netwerkconnectiviteit en basisbeveiliging van uw PrivateLAN-appliance.

Systeemoverzicht

  • Systeemnaam β€” een herkenbare naam voor de appliance, gebruikt om deze te identificeren in apps voor tweefactorauthenticatie
  • Telemetrie β€” bepaalt of PrivateLAN gebruiksgegevens verstuurt om het product te verbeteren:
  • Ingeschakeld β€” verstuurt gebeurtenissen samen met een unieke instantie-identificatie
  • Anoniem β€” verstuurt gebeurtenissen zonder identificerende informatie
  • Uitgeschakeld β€” verstuurt nooit telemetrie

Netwerkinstellingen

VeldOmschrijving
Hostnaam / FQDNDe domeinnaam waarmee deze appliance wordt benaderd (bijv. app.privatelan.nl)
TijdserverDe NTP-server die wordt gebruikt voor tijdsynchronisatie
TijdzoneDe tijdzone die in het hele systeem wordt gebruikt (standaard Europe/Amsterdam)
Eth0 (LAN)IP-adres, netmasker, gateway en DNS-servers voor de beheer-/LAN-interface
Eth1 (WAN)DHCP- of statische IP-configuratie voor uitgaande/internetconnectiviteit

Wijzigingen in netwerkinstellingen worden direct toegepast β€” controleer of de nieuwe instellingen correct zijn voordat u opslaat, vooral als u via de gewijzigde interface verbonden bent.

Wanneer Eth1 op DHCP staat, worden twee extra knoppen getoond:

  • Refresh β€” leest het adres dat de interface op dit moment heeft opnieuw uit en toont het op het scherm. Er wordt geen contact opgenomen met de DHCP-server.
  • Renew DHCP β€” geeft de huidige lease vrij en vraagt een nieuwe aan. Gebruik dit wanneer er aan de WAN-kant iets is gewijzigd (bijvoorbeeld een ander VLAN of subnet op de uplink), omdat de appliance anders zijn vorige adres blijft gebruiken tot de lease verloopt. Het vernieuwen duurt enkele seconden; uitgaand verkeer is tijdens het aanvragen van de nieuwe lease kort niet beschikbaar.

Beveiligingsinstellingen

De beveiligingspagina toont de status van de interne firewall van de appliance. Beheerders met de juiste rechten kunnen SSH-toegang via de firewall in- of uitschakelen.

Toegangsbeperking webinterface (IP/subnet)

Beheerders met de rol Webinterface IP-beperking beheren zien op de beveiligingspagina een extra paneel waarmee de toegang tot de webinterface zelf kan worden beperkt tot bepaalde netwerken. Voer één IP-adres of subnet (CIDR-notatie) per regel in, bijvoorbeeld 172.16.100.0/24. Bezoekers vanaf een ander netwerk zien vervolgens een duidelijke foutmelding in plaats van de inlogpagina.

  • Laat het veld leeg om de beperking uit te schakelen β€” dit is de standaardinstelling en betekent dat de webinterface vanaf elk netwerk bereikbaar is.
  • Deze beperking werkt op applicatieniveau (een "soft block" binnen PrivateLAN zelf) en is geen firewallregel β€” de interne achtergrondtaken van de appliance blijven altijd werken, ongeacht deze instelling.
  • Zorg dat het IP-adres waarmee u zelf verbinding maakt in de lijst staat voordat u opslaat, anders verliest u mogelijk uw eigen toegang tot de webinterface.
  • Deze rol staat los van de algemene rol om de beveiligingspagina te mogen bekijken, zodat dit gevoelige onderdeel apart aan specifieke beheerders kan worden toegewezen (zie Gebruikersbeheer).

API-verzoeklimieten

Beheerders met de rol API-verzoeklimieten beheren zien op de beveiligingspagina een paneel waarmee wordt ingesteld hoeveel API-verzoeken één API-key per minuut mag doen. Dat beschermt de appliance en de switches erachter tegen een op hol geslagen integratie; het staat los van de blokkade die al geldt voor mislukte aanmeldpogingen, die ongeacht deze instelling blijft werken.

  • Algemene limiet (standaard 100) geldt voor alle API-endpoints.
  • Switch-belastende endpoints (standaard 10) is een tweede, veel kleiner budget voor de verzoeken die een SSH-sessie naar een switch openen of een taak inplannen die dat doet: apparaat- en switchacties, live apparaat- en switchstatus, het activeren van een servicepoort, het uitgeven of intrekken van een certificaat, en het starten van een systeemupdate. Die verzoeken tellen mee voor beide budgetten, omdat een switch maar een paar sessies tegelijk aankan.
  • Verzoeken die alleen al verzamelde gegevens teruglezen β€” een lijst apparaten, het statusoverzicht van meerdere apparaten tegelijk, de poortenlijst van een switch β€” tellen alleen mee voor de algemene limiet, dus gewone monitoring merkt hier niets van.
  • Zet een limiet op 0 om hem uit te schakelen. De switch-belastende limiet kan niet hoger worden gezet dan de algemene limiet, omdat die verzoeken altijd uit beide budgetten putten.
  • Een key die over een limiet gaat, krijgt een duidelijke weigering met daarin het aantal seconden dat gewacht moet worden. Zie de REST API-documentatie voor het exacte antwoord en de headers.
  • Deze rol staat los van de algemene rol om de beveiligingspagina te mogen bekijken, zodat dit onderdeel apart aan specifieke beheerders kan worden toegewezen (zie Gebruikersbeheer).

Devices-instellingen

Beheerders met de rol Camera bewerken zien op de System-pagina ook een paneel Devices met de optie Camera Autostart. Hiermee bepaalt u of het live camerabeeld van een apparaat (zie Camera live-view) automatisch start zodra u de bewerkpagina van dat apparaat opent, of alleen nadat u zelf op Start stream klikt. Standaard staat deze optie aan.

AI-instellingen

Beheerders met de rol AI-assistent-instellingen beheren zien een pagina Systeem / AI waarmee de Tux-assistent voor het hele systeem wordt ingesteld. Deze rol staat los van de algemene rollen elders op de Systeempagina, zodat hij aan specifieke beheerders kan worden toegewezen (zie Gebruikersbeheer).

  • Modus β€” Uitschakelen zet de assistent volledig uit, voor iedereen, ongeacht individuele rechten. Alleen-lezen (standaard) laat de assistent gegevens opzoeken, maar nooit iets wijzigen. Volledige controle staat de assistent daarnaast toe om wijzigingen door te voeren β€” maar alleen voor een gebruiker die daarnaast apart het bijbehorende recht heeft gekregen, en pas nadat u elke wijziging in het gesprek heeft goedgekeurd. Deze modus werkt als een plafond: hij kan alleen rechten wegnemen, nooit zelf rechten toekennen. Zie Tux, de AI-assistent voor wat Volledige controle wel en niet toestaat.
  • Backend β€” kies tussen de PrivateLAN-hosted assistent (standaard) of een eigen on-prem AI-server die u zelf beheert. Bij on-prem geeft u een server-URL en API-sleutel op voor uw eigen OpenAI-compatibele AI-server (bijvoorbeeld een lokaal gehost model), en kunt u optioneel extra instructies toevoegen via een systeemprompt-veld, die worden toegevoegd aan de standaardinstructies van de assistent. De API-sleutel wordt versleuteld opgeslagen en wordt na opslaan nooit meer getoond.
  • Antwoordtime-out (alleen bij on-prem) β€” hoelang de appliance op een antwoord van uw AI-server wacht, tussen 10 en 600 seconden, standaard 120. Een model op uw eigen hardware kan aanzienlijk meer tijd nodig hebben dan een clouddienst, vooral bij de eerste vraag nadat het in het geheugen is geladen. Let op: Volledige controle vereist een model dat tool calling ondersteunt; een model zonder die ondersteuning kan wel vragen beantwoorden, maar niets uitvoeren.
← Terug naar documentatie
Unauthorized

Unauthorized

You don't have authorization to access this function.