TP-Link Omada — SG2000, SG3000 en SX3000
PrivateLAN-switchtype: TP-Link-Omada
TP-Link Omada — SG2000, SG3000 en SX3000
Configuratievoorbeeld om een TP-Link Omada-switch gereed te maken voor PrivateLAN. Registreer de switch in PrivateLAN met type TP-Link-Omada.
Eén driver dekt de Omada-switchlijn en de JetStream-switches die dezelfde commandoregel hebben:
| Familie | Voorbeelden | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Omada smart switches | SG2008P, SG2210P, SG2218, SG2428P | Statische routering tussen VLAN-interfaces, geen VRRP, geen stacking |
| Omada L2+- en L3-managed switches | SG3428, SG3428X, SG3428MP | Meer functies; VRRP en stacking alleen op sommige modellen |
| Omada 10G-switches | SX3008F, SX3016F | Poorten heten in commando's ten-gigabitEthernet |
| JetStream | T1600G, T2600G | Dezelfde CLI op oudere firmware |
PrivateLAN is getest met een SG2428P (hardware 5.20, firmware 5.20.2). De commando's hieronder volgen de CLI Reference Guide van TP-Link voor managed switches, die alle modellen van de lijn beschrijft en aangeeft welke commando's alleen op sommige modellen bestaan. Omada Pro (de S-serie) heeft een andere CLI en valt hier niet onder.
De switch moet zelfstandig beheerd worden, niet door een Omada-controller. Een Omada-controller — cloud, OC200/OC300 of software — die de switch heeft overgenomen (adopted), zet zijn eigen configuratie en overschrijft wat PrivateLAN instelt. Zet een overgenomen switch terug naar de fabrieksinstellingen, of verwijder hem uit de controller, voordat u hem aan PrivateLAN toevoegt.
Alles in deze gids voert u eenmalig in, vóórdat u de switch aan PrivateLAN toevoegt. De configuratie van individuele switchpoorten hoort er niet bij: PrivateLAN programmeert accesspoorten zelf vanuit de apparaatgroep-templates, en alles wat u met de hand op een poort instelt, wordt overschreven zodra die poort opnieuw geprogrammeerd wordt.
Waarden in deze gids
| Placeholder | Waarde in deze gids |
|---|---|
| IP-adres appliance (eth0) | 192.168.10.5 |
| Hostname appliance | app.privatelan.nl |
| Tijdserver die de appliance gebruikt | 192.168.10.1 |
| Management-VLAN | 10 (192.168.10.0/24) |
| Beheer-IP-adres van de switch | 192.168.10.21/24 |
| Default gateway | 192.168.10.1 |
| Hostname van de switch | SW-FLOOR1-01 |
| PrivateLAN-serviceaccount | privatelan |
| Gedeeld RADIUS-geheim | ExampleSharedSecret |
| Data-VLAN | 20 (192.168.20.0/24) |
| Uplink-interface | gigabitEthernet 1/0/28 |
De appliance accepteert syslog- en RADIUS-verkeer alleen op eth0, en alleen vanaf RFC 1918-adressen (10.0.0.0/8, 172.16.0.0/12, 192.168.0.0/16). Een switch met een publiek beheeradres bereikt die diensten niet, wat u op de switch zelf ook instelt.
Waarin deze CLI afwijkt
Lees dit vooraf als u Cisco IOS kent: dit zijn de verschillen die PrivateLAN voor u oplost, en de verschillen waar u zelf tegenaan loopt.
- Geen access- of trunkmodus. Een poort is lid van een VLAN, tagged of untagged, en heeft een aparte PVID:
switchport general allowed vlan 20 untaggedplusswitchport pvid 20. Elke poort is untagged lid van VLAN 1 tot u hem daaruit haalt metno switchport general allowed vlan 1. - Geen
default interface. Een poort houdt zijn oude VLAN's tot ze één voor één verwijderd worden. Geeft PrivateLAN een poort een nieuw VLAN, dan leest het eerst de huidige configuratie van de poort en verwijdert het elk VLAN dat het template niet toekent. Zo komt een poort die van het standaard-VLAN naar een apparaat-VLAN gaat niet in allebei terecht. - Poortnamen. De tabellen tonen
Gi1/0/1, maar commando's accepteren alleengigabitEthernet 1/0/1. PrivateLAN gebruikt overal in de appliance de korte vorm en vertaalt die voor de switch. - VLAN-namen zijn maximaal 16 tekens lang, en alleen letters, cijfers, spaties en
-@_:/.zijn toegestaan. PrivateLAN kort een langere naam in en vervangt elk ander teken door-.
1. Eerste toegang en hostname
Modellen met een consolepoort bieden de CLI daar aan; op de andere zet u eenmalig SSH aan in de webinterface van de switch en gaat u verder via SSH. Log in met het account dat u bij de eerste start hebt ingesteld — een switch met fabrieksinstellingen vraagt bij de eerste login om een nieuw wachtwoord.
enable
configure
hostname "SW-FLOOR1-01"2. Het PrivateLAN-account
user name privatelan privilege admin secret 0 ExampleSwitchPasswordHet account moet de rechten admin hebben. PrivateLAN gaat de configuratiemodus in en slaat de configuratie op (copy running-config startup-config), en alleen admin en operator mogen opslaan; admin is de veilige keuze.
secret slaat het wachtwoord als hash op in de running config, password omkeerbaar versleuteld. Gebruik secret.
Na het inloggen staat de switch in user-EXEC-modus (SW-FLOOR1-01>), en PrivateLAN stuurt enable. Een admin-account heeft geen enable-wachtwoord nodig. Stelt u er wel een in, vul het dan in bij het veld Enable password wanneer u de switch registreert:
enable secret 0 ExampleEnablePassword3. SSH
PrivateLAN maakt alleen via SSH verbinding.
ip ssh server
telnet disableU hoeft paging niet uit te zetten: PrivateLAN stuurt bij elke sessie zelf terminal length 0.
Het inloggen duurt op de kleinere modellen enkele seconden — de sleuteluitwisseling draait op de eigen processor van de switch. Dat is normaal en ruim binnen de timeouts van PrivateLAN.
Controleer
show ip ssh. Firmware met fabrieksinstellingen kan SSH versie 1 en oudere versleutelingen (3DES, CBC, HMAC-MD5) aan laten staan. PrivateLAN heeft die niet nodig. Zet ze uit met deip ssh-commando's die uw firmware aanbiedt (ip ssh ?) of in de webinterface van de switch.
SSH met een sleutel in plaats van een wachtwoord
Optioneel. PrivateLAN kan inloggen met een SSH private key in plaats van een wachtwoord. TP-Link accepteert geen public key die in de configuratie wordt getypt: de sleutel wordt gedownload van een TFTP-server.
ip ssh download v2 privatelan.pub ip-address 192.168.10.9Inloggen met een wachtwoord is op deze switches de eenvoudigste weg. Laat het lokale wachtwoord hoe dan ook ingesteld: dat blijft beschikbaar op de console.
4. Management-VLAN en IP-adres
Op dit adres bereikt PrivateLAN de switch, en dit is ook het adres dat u als RADIUS-client registreert.
vlan 10
name "MGMT"
exit
vlan 20
name "DATA"
exit
interface vlan 10
ip address 192.168.10.21 255.255.255.0
description "Management"
exit
ip route 0.0.0.0 0.0.0.0 192.168.10.1Het adres krijgt een subnetmasker in decimale puntnotatie, zoals op Cisco.
De uplink moet het management-VLAN dragen:
interface gigabitEthernet 1/0/28
description "UPLINK"
switchport general allowed vlan 10,20 tagged
exitGeef de uplink in PrivateLAN het label [TRUNK], zodat de appliance elk VLAN dat hij programmeert erop zet.
Houd het management-VLAN buiten de VLAN-set die PrivateLAN op deze switch programmeert, tenzij u het daar bewust wilt beheren. VLAN-programmering verwijdert de VLAN's op de switch die niet in de appliance staan — inclusief, als u het zo hebt ingericht, het VLAN waarover de eigen beheersessie loopt.
Vul de interfacelijst in PrivateLAN in zoals de switch die toont in show interface status, bijvoorbeeld Gi1/0/1-24. Dezelfde labels gelden als voor andere switches, bijvoorbeeld [P4] Gi1/0/1-24, [ND][TRUNK][SFP] Gi1/0/25-28.
5. Wachtwoorden in de running config
service password-encryptionMet secret (paragraaf 2) wordt het accountwachtwoord als hash opgeslagen. service password-encryption versleutelt daarnaast de wachtwoorden die leesbaar moeten blijven voor de switch, zoals het gedeelde RADIUS-geheim, zodat ze niet leesbaar in show running-config verschijnen.
Wanneer een switchconfiguratie de appliance verlaat — bijvoorbeeld via een QR Support-rapport — verwijdert PrivateLAN RADIUS-sleutels, SNMP-community-strings en vergelijkbare regels met inloggegevens voordat het rapport wordt gecodeerd, zodat die nooit met het rapport meereizen.
6. Tijd en tijdzone
system-time ntp UTC+01:00 192.168.10.1 192.168.10.1 12
system-time dst predefined EuropeDe argumenten zijn de tijdzone, een primaire en een reserveserver, en hoe vaak (in uren) de switch de tijd ophaalt.
Laat de switch dezelfde tijdserver gebruiken als de appliance, niet de appliance zelf. De PrivateLAN-appliance is een NTP-client; er draait geen NTP-server op. Welke server de appliance gebruikt, ziet u onder System > Networking.
De fabrieksconfiguratie wijst naar publieke tijdservers. Een switch die die niet bereikt, houdt zijn fabrieksklok — een jaartal als 2006 in
show system-timeen in elke logregel is het teken.
Inspection > Compliance controleert de primaire server van de regel system-time ntp en accepteert zowel de eigen adressen van de appliance als de tijdserver waarmee de appliance is ingesteld.
7. Syslog naar de appliance sturen
logging host index 1 192.168.10.5 protocol udp level 6Oudere firmware gebruikt de korte vorm logging host index 1 192.168.10.5 6. Niveau 6 (informational) past bij wat de syslogweergave van de appliance verwacht. Verhoog het naar 4 (warnings) als een switch veel logt — de appliance begrenst syslog per verzendend apparaat, en boven ongeveer 200 UDP-berichten per seconde van één bron worden berichten weggegooid. Een switch die begrensd wordt, verschijnt op de tegel syslog-floodbeveiliging van het dashboard.
Met de licentieoptie SOC maakt syslog ook de poortalarmen van de SOC live view sneller: logt de switch een linkwijziging (Gi1/0/2 changed state to down), dan leest de appliance de switch direct opnieuw. Deze berichten hebben niveau 5, dus ze komen bij niveau 5 en hoger nog steeds binnen.
Controleer met show logging loghost. Inspection > Compliance rapporteert deze regel als Logging host, en telt hem alleen als overeenkomst wanneer hij naar deze appliance wijst.
8. RADIUS en 802.1X
Hiermee werken apparaten met MAB, PEAP en EAP-TLS. De switch moet ook als RADIUS-client in PrivateLAN geregistreerd worden, onder 802.1x / RADIUS, met hetzelfde beheer-IP-adres en hetzelfde gedeelde geheim.
radius-server host 192.168.10.5 auth-port 1812 key 0 ExampleSharedSecret
aaa group radius PRIVATELAN
server 192.168.10.5
exit
aaa authentication dot1x default PRIVATELAN
dot1x system-auth-control
dot1x vlan-assignmentOudere firmware heeft aaa enable nodig vóór de andere aaa-regels; firmware waarop AAA altijd aan staat, antwoordt daarop met Error: Bad command, en dat kunt u negeren.
dot1x system-auth-controlzet 802.1X aan op de switch. PrivateLAN zet het per poort aan en uit wanneer het een apparaat programmeert.dot1x vlan-assignmentlaat de switch het VLAN uit het RADIUS-antwoord toepassen (Tunnel-Private-Group-ID). Zonder deze regel wordt het apparaat wel geauthenticeerd, maar blijft het in het eigen VLAN van de poort.
MAC-adresnotatie voor MAC-authenticatie
PrivateLAN slaat de RADIUS-gebruikersnaam en het wachtwoord van een MAB-apparaat op als het MAC-adres in twaalf kleine hexadecimale tekens zonder scheidingstekens — 00155d5a6500. De switch toont zijn MAB-notatie per poort in show dot1x interface (kolom MAB Format, fabrieksinstelling lowercase).
Controleer wat er werkelijk binnenkomt onder 802.1x / RADIUS op de appliance: bij de recente authenticatiegebeurtenissen ziet u de gebruikersnaam die de switch stuurde. Staan er scheidingstekens in, dan stelt u de notatie per poort in met dot1x mabFmt. Omdat PrivateLAN de poortconfiguratie schrijft, zet u die regel in het apparaatgroep-template en niet op de poort.
Poortconfiguratie wordt door PrivateLAN gezet
U configureert 802.1X niet op individuele poorten. PrivateLAN schrijft het wanneer het een apparaat op een poort programmeert, vanuit de templates onder Devices > Device groups. Een MAB-poort ziet er daarna zo uit:
interface gigabitEthernet 1/0/12
description "PRINTER-01"
switchport general allowed vlan 20 untagged
switchport pvid 20
no switchport general allowed vlan 1
dot1x
dot1x mab
spanning-tree common-config portfast enable
no lldp transmit
#dot1x port-method mac-based en dot1x port-control auto staan wel in het template, maar niet in de configuratie: het zijn de standaardwaarden van de switch, en die schrijft hij niet uit.
Port security en 802.1X sluiten elkaar op deze switches uit. Het MAC-adres-template zet 802.1X uit voordat het port security instelt; schrijft u een eigen template, houd dan die volgorde aan, anders antwoordt de switch
Operation failed. Port Security cannot be enabled when 802.1X function is enabled.
Nadat een apparaat is geprogrammeerd, toont Inspection > Compliance wat PrivateLAN bedoelde naast wat de switch werkelijk heeft.
9. Spanning tree
spanning-tree
spanning-tree mode rstpRecente firmware zet spanning tree standaard aan; oudere firmware niet. Controleer met show spanning-tree active — het antwoord hoort Spanning tree is enabled te zijn.
De apparaattemplates zetten per poort spanning-tree common-config portfast enable, de TP-Link-tegenhanger van PortFast op Cisco.
10. LLDP
lldpLLDP kan globaal uitgeschakeld zijn — controleer show lldp. PrivateLAN leest show lldp neighbor-information interface om de kolom LLDP-buur in het interfaceoverzicht te vullen, dus LLDP moet aan staan. De poorttemplates zetten no lldp transmit op apparaatpoorten, zodat de switch nog steeds leert wat er is aangesloten, maar zichzelf niet aankondigt aan eindapparaten.
11. Layer 3 — routering en VLAN-interfaces
PrivateLAN schrijft de VLAN-interface zelf wanneer u een VLAN programmeert:
interface vlan 20
description "Data"
ip address 192.168.20.1 255.255.255.0Zet de routingmodus van PrivateLAN op SVI voor TP-Link-switches. HSRP bestaat niet op TP-Link. VRRP is alleen beschikbaar op sommige L3-modellen, en alleen voor een VLAN-ID tot en met 255, omdat de switch een virtual router ID van 1 tot 255 aanneemt en PrivateLAN het VLAN-ID als dat nummer gebruikt. PrivateLAN weigert HSRP, en VRRP op een hoger VLAN, in plaats van de gateway half in te stellen.
12. De webinterface en de controllerkoppeling uitzetten
PrivateLAN beheert de switch volledig via SSH.
no controller cloud-based
no ip http server
no ip http secure-serverno controller cloud-based voorkomt dat de switch contact zoekt met de Omada-cloud. De webinterface uitzetten is optioneel; houdt u hem aan voor incidenteel handwerk, dan kan dat geen kwaad zolang u daar geen poorten wijzigt die PrivateLAN beheert.
13. Opslaan en registreren in PrivateLAN
end
copy running-config startup-configDaarna, in de appliance:
- Switches > Add — hostname, beheer-IP-adres 192.168.10.21, SSH-poort 22, type TP-Link-Omada, gebruikersnaam
privatelanen het switchwachtwoord, en het enable-wachtwoord als u er een hebt ingesteld. Kies de switchgroep en vul de interfacebereiken in alsGi1/0/1-28. - 802.1x / RADIUS > Clients — voeg dezelfde switch toe met IP-adres 192.168.10.21, het netmasker en het gedeelde geheim
ExampleSharedSecret. - Inspection > Compliance — draai dit zodra de eerste polling is afgerond, en controleer dat de regels voor de logging host en de tijdserver allebei als overeenkomst terugkomen.
DHCP snooping (optioneel)
PrivateLAN leest de DHCP-snoopingtabel van de switch om het adres te vinden van elk apparaat dat u met een Dynamic adres hebt geregistreerd in plaats van een vast adres, en om het adres te vinden van draadloze clients achter een access point. Zonder snooping melden die apparaten simpelweg dat er geen adres bekend is — verder blijft alles werken, dus zet het alleen aan als u dat gebruikt.
ip dhcp snooping
ip dhcp snooping vlan 10,20
interface gigabitEthernet 1/0/28
ip dhcp snooping trust
exit- Elke poort richting uw DHCP-server moet vertrouwd zijn — de uplink, en elke poort richting een andere switch op weg naar de server. Stel de vertrouwde poorten in in dezelfde wijziging waarmee u snooping aanzet.
- Snooping moet aan staan op de VLAN's waarin de apparaten zitten.
Controleer het resultaat met show ip dhcp snooping en show ip source binding.
Volledig configuratievoorbeeld
Alles hierboven in één blok, voor een accessswitch met in-band beheer. Pas elke waarde uit de tabel bovenaan aan.
enable
configure
hostname "SW-FLOOR1-01"
!
user name privatelan privilege admin secret 0 ExampleSwitchPassword
service password-encryption
!
ip ssh server
telnet disable
!
vlan 10
name "MGMT"
exit
vlan 20
name "DATA"
exit
interface vlan 10
ip address 192.168.10.21 255.255.255.0
description "Management"
exit
ip route 0.0.0.0 0.0.0.0 192.168.10.1
!
interface gigabitEthernet 1/0/28
description "UPLINK"
switchport general allowed vlan 10,20 tagged
exit
!
system-time ntp UTC+01:00 192.168.10.1 192.168.10.1 12
system-time dst predefined Europe
!
logging host index 1 192.168.10.5 protocol udp level 6
!
radius-server host 192.168.10.5 auth-port 1812 key 0 ExampleSharedSecret
aaa group radius PRIVATELAN
server 192.168.10.5
exit
aaa authentication dot1x default PRIVATELAN
dot1x system-auth-control
dot1x vlan-assignment
!
spanning-tree
spanning-tree mode rstp
lldp
!
no controller cloud-based
no ip http server
no ip http secure-server
!
end
copy running-config startup-configProblemen oplossen
| Symptoom | Oorzaak | Wat te controleren |
|---|---|---|
| "Could not connect to switch", terwijl de switch een login logt | Het account komt niet in de privileged modus | De rechten van het account en het veld Enable password, paragraaf 2 |
| Instellingen van PrivateLAN verdwijnen weer | Een Omada-controller heeft de switch overgenomen | show controller, en de controller zelf |
| Een poort programmeren meldt succes, maar er verandert niets | De switch heeft een commando geweigerd | Inspection > Compliance |
| Een poort zit in zijn nieuwe én zijn oude VLAN | De poort is met de hand of door een ouder template gewijzigd | show interface switchport gigabitEthernet 1/0/x; programmeer de poort opnieuw |
| Een VLAN wordt niet aangemaakt | De naam bevat een teken dat de switch weigert, of het VLAN-maximum van het model is bereikt | show vlan brief |
| Port security wordt geweigerd | 802.1X staat nog aan op de poort | Paragraaf 8 |
| Apparaten met MAC-authenticatie worden geweigerd | De gebruikersnaam komt binnen met scheidingstekens of in de verkeerde hoofdlettervorm | Recente gebeurtenissen onder 802.1x / RADIUS, daarna paragraaf 8 |
| Een VLAN krijgt een VLAN-interface maar geen gateway | De routingmodus staat op HSRP, of op VRRP voor een VLAN boven 255 | Zet de routingmodus op SVI onder VLANs, paragraaf 11 |
| De kolom LLDP-buur blijft leeg | LLDP staat globaal uit | show lldp, paragraaf 10 |
| Logtijden liggen jaren ernaast | De switch bereikt zijn tijdserver niet | show system-time, paragraaf 6 |
| Er komt niets binnen in de syslogweergave | Niet op eth0, geen RFC 1918-adres, of begrensd | Paragraaf 7, en de tegel syslog-floodbeveiliging op het dashboard |
Gerelateerde documentatie
- Switchbeheer — de switch registreren, groepen, interfacelabels en stacks
- 802.1x / RADIUS — RADIUS-clients en certificaten
- VLAN's — VLAN's aanmaken en de routingmodus kiezen
- Apparaten uitrollen — hoe poorten vanuit apparaatgroep-templates worden geprogrammeerd